Na met Air France naar Parijs te hebben gevlogen, zijn wij overgestapt naar TAM die ons naar Sao Paulo heeft gebracht..
Op Schiphol hebben wij kennis met elkaar gemaakt, de groep zag er leuk uit dus daar had ik geen problemen mee. De volgende dag (20-11) zijn wij om 9.00 LT vertrokken naar Recife. In Recife hebben wij een bustocht gemaakt om de tijd een beetje op te vullen. Tijdens de V.O.C.periode heeft een groepje Nederlandse joden van Portugese afkomst een handelspost voor de West Indische Compagnie gesticht.
Grappig te vermelden is dat hier niet alleen de Fonseca’s maar ook de Suasso’s en de Prado’s hieraan hebben meegewerkt.In de “street of the Jewish” is nog een synagoge te zien uit die tijd. Aboab da Fonseca was de eerste rabbi in de nieuwe wereld. Voor ons als insiders zeggen deze namen genoeg. Om 17.00 uur vertrokken wij naar Belém, na twee tussenlandingen kwamen wij om 21.00 in Belém aan.
Dag 2
Wij hebben in de morgen een rondwandeling gemaakt in Belém deze haven plaats in de delta Amazone is de hoofdstad van de staat Pará. Eind 19e eeuw was Belém een rijke stad als gevolg van de rubberwinning. Uit deze tijd resteert een aantal fraaie monumenten. Wij hebben een bezoek gebracht aan de “Ver-o-Peso”” (kijk naar het gewicht) markt In het oude gedeelte van de stad vindt men nog typische Portugese gevels, bekleed met tegeltjes om het vocht te weren. Na deze wandeling hebben wij gegeten in een “kilorestaurant”. Dit is een restaurant waar een overvloed van schalen staat met de lekkerste vissoorten, vlees, salades, vruchten enz.enz. Je neemt een bord, schept op wat je lekker vindt laat het wegen en je betaald allemaal het zelfde bedrag per kilo (ca.€ 3.=). Na deze voortreffelijke lunch hebben wij in de middag een boottocht gemaakt op de Amazone. Eeen adembenemende rivier zo breed als een binnenzee, met talloze zijriviertjes en kreken. Langs de rivier Zie je overal huisjes op palen waar de caboclos leven. Dit zijn afstammelingen van blanke gelukzoekers, zoals rubbertappers en goudzoekers, die trouwden met indiaanse vrouwen. In het woud verbouwen zij mais en maniok. Wij hebben een bezoek gebracht aan een caboclos familie die ongeveer 50 meter van de rivier af woonden. Deze zestig jarige man gaf ons een demonstratie hoe je het snelst in een palmboom kon klimmen. Met een lus van palmbladeren om zijn voeten vloog hij als een aap naar boven in die toch wel 20 meter hoge boom. Mangobomen en cashewnoot bomen groeien daar allemaal in het wild. Een spin met een lijf zo groot als een oude rijksdaalder en mier van ca.3 centimeter de nodige kakkerlakken en schorpioenen zij hier de dieren die gezellig in het rond kropen. Hier hebben wij onze eerste papegaai kunnen filmen. Na lekker te hebben gegeten in een specialiteiten restaurant zijn wij weer teruggegaan naar ons hotel.Dag 3
Vroeg opgestaan want om 3.45 uur hebben wij een boottocht gemaakt naar het “papegaaien eiland”, Wij lagen daar doodstil te wachten op het ontwaken van de papegaaien. Ineens zonder een teken vooraf beginnen deze dieren allemaal te schreeuwen dat het een herrie van formaat is. Duizenden en duizenden van deze beesten vliegen dan allemaal tegelijk op. Het is een gekrijs van jewelste. Aangezien het donker is hebben wij ze niet goed kunnen filmen. Wij hebben een bezoek gebracht aan het wereldberoemde museum Emilio Goeldi gelegen in een heus stukje oerwoud midden in de stad. Naast alle dieren, die de Amazone herbergt, vinden we hier prachtige collecties vlinders, insecten en indianenkunst. De beroemde basiliek van Santa Maria hebben wij ook met een bezoek vereerd. In de avond hebben wij gegeten in een tot restaurant verbouwde havenloods, de estacäo das docas.
Dag 4
In de morgen hebben wij de passagiersboot genomen naar Ilja de Marajó. Algauw werd er kennis gemaakt met een groepje uitbundige brasilianen die een paar dagen op het eiland zouden doorbrengen. In deze babylonische spraakverwarring hebben wij getracht de Nederlandse taal over te brengen aan deze mensen. Na het vertonen van allerlei ledematen met de daarbij behorende Nederlandse benamingen, kregen wij uiteraard ook de Portugese benaming te horen. Daarna volgde nog een snoep uitwisseling, zodat nu ook drop en zwart op witsnoepjes tot onze export artikelen gaan behoren. Een van de dames had wat Engels geleerd en zei tegen mij: I love you” Dit werd door mij beloond door haar een knuffel te geven. Onder grote hilariteit hebben wij de boot verlaten.
In de pousada werden wij heel lief ontvangen door Olijfje. Met kajaks en kano’s hebben wij onze eerste jungletocht gemaakt. Een van de kajaks werd onderweg door een boomstam getorpedeerd en tot zinken gebracht , De bemanning kon zich zwemmend redden (nee hier geen piranha’s). De overige bezittingen werden door de anderen uit het water gevist, evenzo de kajak die met vertraging de resi kon vervolgen.Voor de deur van de pousada hebben op het hagelwitte strand wat geluierd en gezwommen in de Amazone, met golven zoals men ze hier ook ziet. In een klein strandtentje hebben wij de late lunch gebruikt en oa buffelvlees gegeten. Olijfje heeft een dansgroepje opgericht om de jongelui van de straat te houden zodat ze niet in de criminaliteit vervallen, Deze groep “Encanto Marajoara”leren de folkloristische dansen van eiland.Door hier en daar wat op te treden verdienen zij wat geld voor het kopen van instrumenten en kleding. Een lust voor het oog deze sensuele bewegingen van buik en billen tot groot vermaak van de toeschouwers.
Dag 5
De Facenda Do Carmo.
Na een korte busrit zijn wij met twee kano’s naar een facenda geweest. De tocht er naar toe was al een belevenis. Midden op die grote rivier die dwars door het eiland loopt, op beide oevers geen enkel teken van menselijk leven, je hoorde alleen het fluiten van de vogels en het plonsen van de kaaimannen in het water.Na ongeveer een uur varen kwamen wij bij de facenda aan. Een facenda is een soort ranch, op deze facenda leven ongeveer 2500 witte runderen , 200 waterbuffels en 150 Marajoare paarden (Portugese paarden). Het gebied is 6500 ha groot, er wonen 10 families, er mag niet gejaagd worden en er is nog nooit een boom omgehakt. Er kon een keus gemaakt worden uit een rondrit op: paarden of buffels of in een Jeep. Ik heb voor de jeep gekozen want op die dieren zag ik het niet zo zitten. Maar nu de jeep, een vehicle zonder remmen, een koppelingspedaal die het niet deed, en de ramen waren helemaal zoek. Fred , een medereiziger, zag daar een aftandse motorfiets staan Na heel veel vieren en vijven kregen zij dat ding eindelijk aan de praat, en ging Fred als een Jan Cremer de steppe op, ook bleek er hier geen remmen op te zitten. Maar waarom eigenlijk ook in de verste verte is geen mens te bekennen, dus scheurden wij met grote snelheid al hotsend en botsend over de prairie.De Franse eigenaar van de facenda was zo’n figuur als in een cowboy film, een ruige bink maar een ongelooflijke aardige vent. Na eerst een kreek met kaaimannen te hebben bezocht, kwamen wij bij een plaats, waar al het vee bij elkaar was gedreven om ingeënt te worden tegen parasieten, terwijl de pas geboren dieren gebrandmerkt werden. Het was daar een stofboel van jewelste. Onderweg naar de facenda hebben wij nog op piranha’s gevist. De “cowboy” ving een aardig exemplaar en demonstreerde hoe scherp die tanden waren, door een takje van wel 6mm dik in de bek te steken die prompt haaks werd afgebeten. Deze vissen, hoe lelijk ze ook zijn, smaken erg lekker. De terugtocht ging weer met de kano’s, in het donker waren wij bij Olijfje terug en gingen wij toch maar even zwemmen om het stof van ons af te spoelen.
Dag 6Pousada ecológica Ventania do Rio-Mar Op de pousada staan diverse palmen, waaronder ook een genaamd: Tucuma. De vrucht van deze palm is groen en wanneer deze rijp is dan wordt hij geel. Het vruchtvlees verwerkt men tot een sap of men maakt er een saus van. De kern is eerst zacht en wordt daarna hard. Een kevertje kan zich met zijn legboor in de zachte kern een eitje leggen, dat wordt een larve die zich voedt met de kokos in de kern. De indianen breken deze kern open en eten deze larve, of hij wordt gebakken en de olie die hieruit komt is goed voor keel- en oorontstekingen.Wanneer de kern niet door een kevertje bezocht wordt dan verhard deze tot een harde noot. Deze noot zaagt men dan in ringen, daarna polijst men de ringen en worden ze gedragen als sierraden. De stekels van deze palm zijn zo hard en scherp dat de indianen hiermee o.a. gaatjes in de oren boren. Deze natuurlijke naalden smetten niet. Terug met de boot naar Belém en daarna op de passagiersboot naar Santarem.
Dag 7
Wij kregen een hut, met airco, voor twee personen, na eerst een kakkerlak te hebben verwijderd hebben Jan en ik ons geïnstalleerd. Wij hadden zelfs een douche boven de wc pot. Op het dek was het een wirwar van hangmatten die kris kras door elkaar hingen. Tijdens het eten viel er een kakkerlak naast mijn bord, maar een kniesoor die daar op let. Er was muziek en voldoende bier aan boord, wij hebben ons dus niet verveeld. De reis was vrij eentonig, maar met kaarten en lezen kwamen wij er goed doorheen.
Dag 8
Al heel vroeg in de morgen kwamen wij aan in de pousada “Dona Gloria”, in het hart van de Amazone Tussen de palm- en mangobomen. Respect voor de natuur en de bevolking staat hoog in het vaandel van deze pousada. Deze pousada is geheel gebouwd met natuurlijke materialen in de traditionele stijl. Bij het huis is een verfrissende kreek waarin je heerlijk kon badderen. In de morgen hebben wij een jungletocht gemaakt waarin een echte indiaan demonstreerde wat het bos zoal doet voor de bevolking. Veel vruchten zijn eetbaar, van palmbladeren worden diverse dingen gemaakt zoals: mandjes en dakbedekking, uit lianen kan men water drinken. Kleine stuks bos worden zorgvuldig platgebrand waarna maniok wordt geplant.Na een aantal uren door de broeierige hitte te hebben gelopen kwamen wij bij een kleine nederzetting aan waar wij een demonstratie kregen van het bereiden van maniokmeel. Deze knollen worden van hun schil ontdaan, daarna gemalen en met water vermengd en weer uitgeperst zodat het gif van de knol wordt verwijderd, dit proces herhaalt zich twee keer, daarna gaat de maniok naar een oven waar het wordt gedroogd. Dit is volksvoedsel nummer een. Ik persoonlijk vind er geen smaak aan zitten. ’s Avonds gaan slapen onder een muskietennet, wat achteraf niet nodig bleek te zijn want er waren niet veel muggen, wel schorpioenen en kakkerlakken en vuistgrote spinnen.
Dag 9
Vandaag naar het NP Nacional do Tapajos. Een ongerept reservaat van tropisch regenwoud op hoge gronden (Terra firm) waar wij onder leiding van een gids weer een jungletocht hebben gemaakt. Natuurlijk onder leiding van een gids want het is levens gevaarlijk om alleen of met de groep het woud in te gaan, je bent binnen een paar minuten verdwaald. Deze gids is geboren in de jungle en kent alle inns en outs van het tropisch regenwoud. Het wemelt in zo’n bos van de kleine insecten, waar je op moet letten zijn de schorpioenen hun steek kan vervelende gevolgen hebben. Ook hij demonstreerde hoe de bevolking het bos gebruikt om in hun levensbehoefte te voorzien. Veel dieren zie je niet maar je hoort ze wel, het gebrul van de apen hoog in de bomen en het gesnater van de papegaaien is niet van de lucht. Eigenlijk is zo’n groep als van ons te groot de dieren vluchten weg, en bovendien is het regenseizoen nog niet begonnen, veel diersoorten hebben zich terug getrokken diep in de jungle. Wat wij wel gezien hebben is een slang van ca.3 meter, die van alle kante gefotografeerd is geworden.Wat cijfers: Temp.ca.35graden luchtvochtigheid 98%.kleding door en doornat. Op de terug reis hebben wij een rubberplantage aangedaan die door Henry Ford was gesticht. De naam “Bel Terra”. Deze plantage is nu buiten gebruik, maar de hallen en kantoren en de huisjes staan er nog. Ford was een sociaal mens, hij bouwde schooltjes en een ziekenhuis. Verkoeling gezocht in een beroemd badplaatsje Äller do Chäo. Dit is een schiereilandje tussen de Tapajos rivier en het Verde meer. Veel rijke bewoners uit Manaus en Santarem hebben daar hun zomerhuisje. Het water heeft een temperatuur van ca.30o het strand is wit met veel palmbomen.

Dag 10
Na wat rond geluierd te hebben zijn wij naar Santarem vertrokken en hebben daar gelunched in een kilo restaurant. Om 16.00 uur zijn hebben wij per boot de Tapajos rivier overgestoken en zijn per kano verder de kreek in gegaan op zoek naar kaaimannen. Wij hebben ze wel in het water horen plonsen en een enkele heeft zich laten zien. Het was aardedonker en wat wel heel leuk was waren de vuurvliegjes die bij duizenden hun lichtjes lieten schijnen. Niet vergeten te vermelden dat wij op de heenweg heel veel rivierdolfijnen hebben gezien, die lustig voor de boot uit zwommen. Interessant was de scheiding van de twee rivieren, de donker Amazone en de lichte Tapajos die gezamenlijk kilometers naast elkaar stromen. Dit gaan wij straks nog beter zien in Manaus. Om 20.30 waren wij weer aan de wal en na een pizza gegeten te hebben zijn wij weer naar het hotel gegaan.
Dag 11
Een klein groepje heeft vanmorgen een kanotochtje gemaakt, en ik ben een stukje het bos ingegaan niet te ver van de pousada natuurlijk, de apen maakten veel lawaai maar zitten zo hoog in de bomen dat je ze niet kunt filmen. Wel hebben wij een flinke leguaan gezien en een vette spin (staat op de video) Na de pousada gedag te hebben gezwaaid vertrokken wij naar het vliegveld van Santarem voor een vlucht met een Ëmbraer propeller vliegtuig. Deze kist heeft 30 zitplaatsen en is een van de grootste exportartikelen van Brazilië. Na drie tussenlandingen was het weer zo slecht geworden dat wij in een hevige onweersbui een extra landing moesten maken op een klein vliegveld in de buurt van Manaus. Wat ging dat vliegtuig te keer het leek wel een cake walk. Na drie kwartier konden wij onze reis vervolgen naar Manaus. Wel heb ik in het begin van deze vlucht, toen het nog helder was, kunnen vaststellen hoe ontzettend veel bos er is gekapt in dit gebied van de Amazone, het is beangstigend om te zien zoveel kaalslag. Na gegeten te hebben zijn wij naar Hotel Brasil gegaan en heb ik als een blok geslapen.
Dag 12
Vanmorgen om 6 uur opgestaan, en na een uitgebreid ontbijt hebben wij een stadwandeling door Manaus gemaakt. Het belangrijkste gebouw in Manaus is het “Teatro Amazonas” het summum van de grootheidswaan in de rubbertijd, een theater in neoclassicistische stijl midden in de toenmalig jungle.Het witte marmer kwam uit Carrara, en het roze marmer uit Verona, de kristallen luchters uit Venetië, het ijzerwerk uit Engeland, en de stoffen uit Frankrijk, de vloer bestaat uit een lichte en donkere houtsoort die het samen vloeien van de Rio Negro en de Rio Solimöes moeten voorstellen. Ondanks de goede bedoelingen en de grootse plannen van de rubberbaronnen lukt het niet de echte grote operagezelschappen uit Europa naar Manaus te halen. De lange reis, twee maanden op een stoomboot, en dan nog twee weken op de Amazone, en het hete en vochtige klimaat met kans op gele koorts of cholera waren niet aanlokkelijk. Grote namen verschenen wel op de affiches zoals Enrico Caruso en Sarah Bernhardt maar zijn er nooit geweest. Caruso kon de oversteek maken met het meest luxe schip, kon logeren in het duurste hotel, en kreeg een blanco cheque om zelf zijn gage in te vullen, maar hij kwam niet. Decadentie ten top. De dames lieten hun was verschepen naar Parijs en kregen het na drie of vier maanden terug. Sigaren werden met dollarbiljetten aangestoken, terwijl om de hoek het volk lag te verpauperen. De overdekte markt van Manaus is een kopie van de “hallen”in Parijs.
Na deze rondleiding zijn wij naar onze boot gegaan, en hebben wij de “Encontro das äguas” oftewel “De samenkomst der rivieren” gezien Het lichtbruine water van de Rio Solimöes en het heldere donkere water van de Rio Negro zorgen voor dit opmerkelijke natuurspektakel zij stromen kilometers naast elkaar zonder te mengen.Dat heeft ondermeer te maken met het verschil in stroomsnelheid(de Solimöes stroomt twee keer zo snel), de dichtheid en de temperatuur (de Solimöes is iets warmer) tussen de twee rivieren. Manaus is een “zeehaven” m.a.w. zeeschepen doen deze haven aan, zo diep is de Amazone. IK weet niet hoeveel km’s deze haven van de Atlantische oceaan afligt, maar ik denk toch wel een paar duizend kilometers. De Amazone is trouwens bevaarbaar met coasters tot aan Santo Onder begeleiding van springende dolfijnen varen wij de nacht in.Dag 13
Vannacht hebben wij twee keer vast gezeten op een zandbank. Dit ging niet zachtzinnig het was boem ho.Voor het eerst van mijn leven heb ik in een hangmat geslapen dat valt niet mee, ik heb dan ook slecht geslapen. Om 7.00 uur bereikten wij de ingang van het Nationale Park Rio Jau. Om toegang te krijgen hebben wij ons eerst moeten legitimeren.Dit 22720 km2 grote park is het grootste nationale park in Brazilië (net zo groot als de Benelux) en is een van de belangrijkste beschermde gebieden van tropisch regenwoud ter wereld. In de verre omtrek is geen nederzetting van formaat te vinden en er loopt ook geen weg doorheen. De kwetsbaarheid en grote biodiversiteit van een “zwart watergebied”is hier intact gebleven.
De helft van de reptielensoorten en het merendeel vande vogelsoorten die voorkomen in het centrale deel van het Amazonebekken, kun je hier aantreffen. Zestig procent van alle vissorten in het gebied van de Rio Negro leeft hier, evenals beschermde diersoorten als de manatee en de otter. Het park wordt nu stukje bij beetje in kaart gebracht. Ongeveer duizend vaste bewoners leven hier. Deze mensen worden nu betrokken bij het beheer van het gebied. De bevolking van de Jaú en haar zijrivieren leeft van vissen, verzamelen en het verbouwen van simpele voedselgewassen als maniok. Om wat geld te verdienen maken zij bezems, borstels en wat souvenirs.. Sinds 1997 is een beperkt deel van dit park opengesteld voor een beperkt aantal bezoekers. Bij het inschrijven in het register was ik de 612ste bezoeker van dit jaar!! Leuk detail is dat Philips een van de sponsors is van dit regenwoud. Zwermen papegaaien begeleiden ons terwijl de dolfijnen ons vooruit springen. Tussen het monotone geluid van de motor horen wij het plonsen van het peillood, kaaimannen op de oever schuifelen het water in, en onder ons zwemt de meest gevaarlijke roofvis “de piranha”. De boot komt stil te liggen want wij kunnen niet meer verder, het is te ondiep. Wij gaan nu met kano’s verder , de zwembroek mee, of ik ga zwemmen valt nog te bezien. Er zwemt hier nogal wat gespuis rond, kleine visjes die, als je toevallig in het water plast tegen de urinestroom opzwemmen en zich vast zetten in de pisbuis, met alle gevolgen vandien. Toch hebben wij de zwembroek aangetrokken en zijn gaan zwemmen tussen de piranha’s, Door de hoeveelheid mensen komen zij niet in de buurt van ons. Na het zwemmen de hengels beaasd en gevist op deze rovers. Het zijn net makrelen, alles wat beweegt is hun prooi, wij hebben er dan ook ettelijke gevangen voor vanavond bij het eten. Ondanks alles is deze vis heerlijk om te eten. Als souvenir heb ik van mijn eigen twee vissen de onderkaken meegenomen. In de avond zijn wij op kaaimannenjacht gegaan. Het stikt hier van deze beesten, als je met je schijnwerper op de ogen schijnt zie twee felrode lichten. Silvio onze gids tevens crodile dundee heeft een kaaiman gevangen en ons alle aspecten van dit toch wel mooie dier laten zien. Na het vrijlaten van het dier zijn wij weer naar de boot gegaan en de hangmat opgezocht.Dag 14
In de vroege ochtend was het birdwatching, aangezien het erg nevelig was is hier niets van terecht gekomen. Weer in de kano’s en na ongeveer anderhalf uur varen hebben wij onder leiding van Silvio weer een tocht gemaakt door de jungle. Vier uur lang hebben wij in deze tropische hitte rondgelopen over omgevallen bomen langs termieten heuvels vallen en weer opstaan, kortom een moordende tocht, maar zo adembenemend mooi dat het met geen pen is te beschrijven. Dit kan je niet vertellen hoe indrukwekkend dit is. De serene rust, de vogels, krekels en niet vergeten de apen, de prachtige bloemen en paddestoelen, de lucht van rottende vegetatie, fantastisch. Silvio demonstreerde hoe indianen een val maken , en welke vruchten eetbaar waren.Ondertussen hebben twee andere gidsen een onderkomen gebouwd voor die gene die in de jungle wilde overnachten. Door en doornat kwamen wij bij de kano’s terug en na weer anderhalf uur varen waren wij weer bij de boot. Het zijn heel lange dagen die wij maakten, want diezelfde dag zijn wij,na weer een uur varen,bij een indianendorp geweest. Een kleine nederzetting van vijf hutjes, waar ik ceremonieel ben beschilderd door Silvio, met een plantaardige kleurstof. Hier hebben wij wat souvenirs gekocht.Na, weer een uur terug varen, hebben wij lekker gegeten op de boot en is een groot deel van de groep weer teruggegaan om te slapen in de jungle. Frans dacht bij zich zelf:”laat ik maar op de boot blijven”. Deze gedacht was zeer goed geweest , want niemand heeft er goed kunnen slapen. Zij werden lek geprikt door allerlei insecten. Als in de morgen het oerwoud ontwaakt is het net een orkest zo heerlijk om naar te luisteren.
Dag 15
Vanmorgen vroeg de nevels gefilmd op de Rio Jaü, en uit het niets de “jungleboot”zien terug komen. Om 8.30 zijn wij vertrokken richting Manaus, maar 0m 9.15 uur kwamen wij vast te zitten. Velen uit onze groep hebben geholpen de boot vrij te maken. De boot zat vast in een V vormige wig. De hele operatie heeft twee en een half uur geduurd. Al die tijd lag de boot stil in de hitte van de jungle. Een paar momentopnamen: Iedereen naar voren, op de punt 4 drums met 220l water, de schroef werd gedemonteerd (onder water), de boot van achteren opgetild en daarna los geduwd met de kano’s .Het is toch wel een ervaring dat wanneer je rustig vaart, ineens en schok voelt zodanig dat de broodjes van de ontbijttafel over boord zijn geslagen. Maar goed we varen weer en voorop een kano die met een lange tak de diepte peilt.
Na ons afgemeld te hebben op het pontonnetje van de parktoezichters, zijn wij de Rio Negro weer opgevaren, en hebben op een puur witte zandbank gezwommen en gebarbequed. Daar kregen de stuurlui de gelegenheid de schroef weer goed onder de boot vast te zetten. Het zwemwater is warm zeer warm zelfs. Inmiddels is het avond geworden en genieten wij van een prachtige zonsondergang op de Rio Negro.Novo Airaö is het plaatsje waar we aangemeerd hebben en de nacht hebben doorgebracht (op de boot) Na een korte wandeling in het dorp hebben wij een koude rakker gepakt, en wilde de dames van de kombuis ons Braziliaanse dansen leren. Aangezien wij niet zo soepel in de heupen zijn lukte ons dat niet erg
Dag 16Voor het ontbijt hebben wij een scheepswerf bezocht waar de Amazone boten worden gebouwd. Hier wordt nog veel met de hand gedaan. De kielbalk is gemaakt van de hardste houtsoort ter wereld n.l. Ituaba ofwel quebracha, de indianen noemen dit “bijlbrekershout” Even terug naar de jungle van Rio Jau, daar lag zo’n gekapte boom uit 1976, dus voor dat het een Nationaal Park werd. Deze boom lag nog net zo gaaf op de grond als toen hij werd gekapt, en dan te weten, dat alles wat aan geboomte omvalt, binnen één jaar weg gerot is. Nu begon de reis naar Manaus pas goed, onderweg hebben wij nog gestopt bij een caboclo dorp voor het inslaan van wat voorraad. Onderweg hebben wij zwaar weer gekregen met veel onweer, wat overigens een prachtig gezicht was al die bliksemflitsen daarboven op de rivier. In Manaus aangekomen hebben wij nog een show gezien van Braziliaanse dansers en danseressen en een caipirinha gedronken.
Dag 17
Na een rustige vlucht,met een tussenlanding in Brasiliana, kwamen wij om 8 uur LT aan in Sao Paulo. De klok ging gelijk twee uur vooruit. Daar werden wij opgewacht door onze gids Walter die vijf kwartier in een uur kletste over Sao Paulo, zo interessant dat iedereen in slaap viel.Het was daar koud, zeg maar rustig zeer koud, bewolkt met regen en een temperatuur van 14o. Ik stond echt te rillen in mijn T shirt. In het hotel aangekomen ben ik na gedouched te hebben een paar uur gaan slapen. Wij hebben gelunched in een restaurant op de drieenveertigste verdieping van het “Edificio Itália”. De lunch was voortreffelijk in dit chique restaurant waar de tafels gedekt waren met het witste linnen en het bestek van zilver was, (en de prijs ook). OP ons gemak zijn wij terug gewandeld naar het hotel. Ik was moe en slaperig en om 19.30 naar bed gegaan.
Dag 18
Na ruim twaalf uur te hebben geslapen en een heerlijk ontbijt, heb ik met Fred en Loes een wandeling gemaakt in het centrum van Sao Paulo, De 18 miljoen bewoners tellende stad heeft veel mooie gebouwen die ingeklemd staan tussen torenhoge flats en kantoren.
In de middag hebben wij , onder leiding van Walter, een stadstour gemaakt. Na gegeten te hebben in een restaurant, waar je onbeperkt vlees van de spies kon eten, zijn wij naar het vliegveld van Sao Paulo gegaan, alwaar wij om 0.00 uur vertrokken naar Holland.
Frans Sijbrands